01
01
02
02
03
03
04
04
05
05
06
06
07
07
08
08
09
09
10
10
11
11
12
12
13
13
14
14
15
15
16
16
17
17
18
18
19
19
20
20
21
21
22
22
23
23
24
24
25
25
26
26
27
27
28
28

Geschiedenis

Uitspanning De Vroolijke Frans is een voortzetting van café ‘De Vroolijke Frans’ (in de volksmond ‘de Vrolijkheid’) dat anderhalve eeuw gerund werd door de familie Plant/Hietbrink.  Jan en Fenny Hietbrink hebben na ruim 40 jaar leven en werken aan de Knoevenoordstraat het café aan ons overgedragen. De Vroolijke Frans heeft haar naam te danken aan een zorgeloze dagloner die indertijd bij de familie Plant in dienst was. Deze vrolijke gast, genaamd Frans, was de inspiratiebron toen het etablissement een naam moest krijgen.

 

Tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw was De Vroolijke Frans een gecombineerd bedrijf. De koeien op ‘de dèle’ zorgden elke dag voor de melkproductie terwijl in het café aan de voorkant het bier rijkelijk uit de tapkraan stroomde. Café De Vroolijke Frans was tot in de verre omstreken bekend door zijn authenticiteit en gemoedelijkheid. Deze eigenheid willen we graag behouden in de nieuwe uitspanning waaraan we specifieke, eigen elementen hebben toegevoegd. Om de authenticiteit te bewaken hebben we Jan en Fenny benoemd tot ‘Raad van Toezicht’ bij hun afscheid op 29 mei 2010, zodat zij een oogje in het zeil kunnen houden.

 

Glossy vol historie
Tijdens het afscheid van Jan en Fenny  heeft de buurt het echtpaar een glossy aangeboden, een magazine dat vol staat met foto’s en tekstuele bijdrages over de, tot de verbeelding sprekende, historie. Uiteraard ligt deze glossy op onze leestafel zodat u zich een levendig beeld kunt vormen van de rijke historie van deze bijzondere uitspanning.

 

De Vroolijke Frans en de laatste der Mohikanen
(onderdeel artikel in Dagblad de Stentor van 4 september 2008)
Onder de rook van Brummen laten de elftallen van V.V. Oeken wekelijks hun tegenstanders in het  stof bijten. De derde helft wordt daarna gespeeld in café de Vroolijke Frans. Daarbij wordt een goed glas bier gedronken. Soms wel twee. Die naam alleen al, daar word je inderdaad vroolijk van. Loop naar binnen; de tranen springen me in de ogen. Zo’n café uit grootmoederstijd, een eenvoudige houten stamtafel, een sobere tap, een bar zonder krukken, geen fruitautomaten, geen moderniteiten. Zoiets verwacht je aan te treffen in Noordoost-Groningen of ergens achter Winterswijk maar niet aan de westkant van de IJssel. Een miniatuurplaatje in sepia.

 

Eigenlijk is er maar een omissie; er staat geen biljart. “Die hebben we weggehaald. Nam te veel ruimte in beslag”, zegt kastelein Jan Hietbrink die al 40 jaar de scepter zwaait in de zaak en aanschuift aan de stamtafel. Vragen wellen op. Waarom staan er geen barkrukken? “Dan zit je met de ruggen naar elkaar, dat praat niet zo handig.”

 

Is hij de olijke kwant? Nee, glimlacht Lange Jan, aangetrouwd achterkleinkind van de familie Plant, die in 1850 met een boerderij annex café aan de Knoevenoordstraat begon. De naam is te danken aan een dagloner, die de Plants destijds in de kost hadden, een snaakse guit genaamd Frans, die zorgeloos en frank en vrij door het leven ging. Toen er een naam voor de uitspanning moest komen was de keuze gauw gemaakt.

De naam is gebleven, de inrichting lijkt op wat noodzakelijke aanpassingen na weinig veranderd. De zaak, waar in 1938 een zaal werd aangebouwd, is het trefpunt van het sociale en culturele leven. Broeks Koor, Oekens Koor, muziekvereniging La Fraternité, de toneelclub, voetballers, boeren, burgers, buitenlui, zij allen vonden en vinden daar onderdak. En hun natje en droogje.

 

In de zaal hangen prachtige vaandels, zoals die van Gemengde Zangvereniging Herleving Oeken uit 1934. Ernaast staat een muziektent waar onder andere het jaarlijkse grintconcert wordt gegeven. Aan de overzijde liggen de velden van V.V. Oeken. Toch een aardig eindje uit de buurt, als je tenminste in Oeken woont. Hoe zijn de blauwwitte toch in Broek verzeild geraakt? “Dankzij mijn opa”, zegt de kastelein. ” Voor de oorlog voetbalden ze op een veld bij buurtcafé Onder de Linden. De eigenaar vroeg daar een klein bedrag voor. ‘Laat die jongens maar komen’, zei mijn opa. ‘Hier is het gratis.’